Ik ben er ook nog
Soms zit verpleegkundig handelen niet in het uitvoeren van zorg, maar in het durven stellen van de vraag: is dit echt het beste wat er nu mogelijk is?Mijn cliënt leeft met meerdere gezondheidsproblemen, waaronder chronische bloedarmoede als gevolg van bloedverlies in de dunne darm. Ondanks herhaalde onderzoeken in het ziekenhuis is er geen definitieve oorzaak of behandeloptie gevonden. Iedere vijf weken ontvangt hij een bloedtransfusie om zijn hemoglobine (HB) op peil te brengen. De casus is overgenomen door de MDL-specialist, die aangaf dat verdere diagnostiek mogelijk te risicovol was gezien zijn kwetsbare gezondheid.Medisch gezien was dit een begrijpelijke afweging. Toch voelde ik dat er iets knelde. Niet zozeer in de medische redenering, maar in wat dit voor mijn cliënt betekende. Alsof hij zich moest neerleggen bij een situatie die vooral in het teken stond van afwachten en ondergaan. Ik vroeg me af: Is dit werkelijk de hoogst haalbare zorg voor hem? Of laten we hem langzaam interen tussen twee transfusies in?Op 29 augustus 2023 werd zijn HB-waarde bepaald: 5.8 mmol/L. De volgende poliklinische afspraak stond gepland op 12 september. Toen ik hem zag, maakte ik mij zorgen. Zijn bleke gelaatskleur, kortademigheid, extreme vermoeidheid en het feit dat hij nog maar tien minuten een gesprek kon volhouden, pasten niet bij afwachten.Met zijn co-morbiditeit en algehele kwetsbaarheid vond ik deze waarde te laag om nog bijna twee weken te overbruggen. Mijn gevoel zei mij dat dit niet veilig was. Wachten zou zeer waarschijnlijk leiden tot een spoedopname, iets wat mogelijk voorkomen kon worden.