De dunne lijn tussen zorgen en vergeten

In december 2023 bezocht ik een echtpaar in de thuissituatie. Meneer was bij ons in zorg. Mijn aandacht ging in eerste instantie volledig naar hem uit. Zijn gezondheid was kwetsbaar en zijn afhankelijkheid groot. Zijn echtgenote was altijd aanwezig, zorgend op de achtergrond, alert op ieder detail.

Tijdens dat bezoek viel mij iets op. Zij stond opvallend vaak op om naar het toilet te gaan. Eerst dacht ik er weinig van. Maar toen het zich bleef herhalen, liet het mij niet meer los. Het was geen haast, geen acute nood. Het leek iets wat al langer speelde.

Toen ik ernaar vroeg, reageerde ze rustig. Het was niets nieuws, zei ze. Ze had spons nieren en moest daardoor vaker plassen. Ze klonk overtuigd, bijna geruststellend. Toch vroeg ik door. Had ze een branderig gevoel? Pijn? Verandering van kleur? Ze gaf aan een zeurend gevoel te hebben, maar geen pijn bij het plassen. Haar urine was helder, vertelde ze.

Ze had eerder al laten doorschemeren dat ze zelden naar de huisarts ging. Dat bleef in mijn gedachten hangen. Omdat ik geen aannames wilde doen en een eenvoudig te behandelen oorzaak wilde uitsluiten, vroeg ik of ik haar urine mocht testen. Ze gaf toestemming.

De uitslag liet afwijkingen zien: verhoogde leukocyten en erytrocyten. Bovendien was de urine donker van kleur, mogelijk door bloedbijmenging. Toen ik dit met haar besprak, verklaarde zij de afwijkingen vanuit haar spons nieren. Dat was volgens haar de verklaring. Ik begreep haar redenering. Toch zag ik iets anders. Haar houding veranderde. Ze werd onrustiger. Haar woorden bleven standvastig, maar haar lichaam sprak minder overtuigend.

Dat was voor mij het moment om de huisarts te betrekken. Ondanks haar eigen overtuiging stemde zij in. De urine werd op kweek gezet. Er werd geen urineweginfectie gevonden.

De huisarts besloot haar te verwijzen naar de uroloog. Ze verzette zich niet, maar vroeg herhaaldelijk of het echt nodig was. Die vraag bleef terugkomen, niet uit koppigheid, maar uit zorg. Toen ik doorvroeg, werd duidelijk waarom. Ze wilde haar man niet alleen laten. Zijn afhankelijkheid woog voor haar zwaarder dan haar eigen klachten. Haar gezondheid kwam pas op de tweede plaats.

Ik stelde voor om bij haar man te blijven tijdens haar afspraak. Dat zij zonder zorgen kon gaan. Dat voorstel gaf haar zichtbaar rust.

Bij de uroloog volgde een cystoscopie en een echo van de buik. Er werd een verdikking in de blaas gezien. Direct werd een biopt afgenomen. Ze probeerde kalm te blijven. In het bijzijn van haar man hield ze zich groot. Maar toen ik haar apart nam en vroeg hoe het werkelijk met haar ging, gaf ze toe dat ze het spannend vond. Ze wilde haar man niet belasten met haar angst. Zelfs nu niet.

Een week later kwam de uitslag: blaascarcinoom. De diagnose sloeg in als een donderslag bij heldere hemel. Voor haar onverwacht. Voor mij niet ondenkbaar, maar daarom niet minder confronterend. Ondanks dat ik mij mentaal had voorbereid op mogelijk slecht nieuws, voelde het zwaar. Het besef dat mijn besluit om haar urine te testen het begin was geweest van dit nieuwe hoofdstuk in haar leven, raakte mij diep. Had ik een sluimerende realiteit blootgelegd? Ja. Was het nodig geweest? Ook ja.

  • Signaleren van gezondheidsrisico’s bij de mantelzorger
    Ik merkte dat de echtgenote vaak naar het toilet ging. Ze zei dat het door haar spons nieren kwam, maar haar lichaamstaal vertelde iets anders. Dit maakte dat ik bleef opletten en niet zomaar aannam dat alles in orde was.

  • Preventief handelen en tijdige opsporing
    Omdat ik het niet wilde laten lopen, stelde ik voor om haar urine te testen en betrok ik de huisarts. Zo konden we vroeg zien dat er iets aan de hand was, wat uiteindelijk leidde tot de diagnose blaascarcinoom.

  • Begeleiden in persoonlijke en sociale context
    Ik zorgde dat zij haar man tijdens de onderzoeken niet alleen hoefde te laten en nam de tijd om met haar te praten over haar spanning en zorgen. Zo kon ze haar rol als mantelzorger blijven vervullen zonder zich helemaal uitgeput te voelen.

  • Focus op gezondheid en preventie, niet op medische handelingen
    Mijn rol ging niet om ingewikkelde medische ingrepen, maar om het signaleren van mogelijke problemen, het aanvragen van testen en zorgen dat zij de juiste zorg kreeg. Het ging om het voorkomen dat iets ernstigs te laat werd ontdekt.