Meneer is 69 jaar en heeft enkele jaren geleden een onderbeenamputatie ondergaan. Sindsdien gebruikt hij een prothese. Een jaar geleden liep hij een klein wondje op, waardoor oedeem ontstond en zijn prothese niet meer paste. Samen hebben we dat opgelost: de wond verzorgd, de stomp gezwachteld en uiteindelijk werd er een nieuwe liner en prothese opgemeten. Meneer kon zijn prothese weer gebruiken en kreeg hij zo zijn zelfredzaamheid terug. Sindsdien komen wij één keer per week bij hem langs. Voornamelijk om de huid van de stomp te controleren en zo complicaties te voorkomen.
Tijdens een recent bezoek bekeek ik de huid van de stomp. Alles zag er rustig en keurig uit. De huid was intact, geen wrijf- of schuurplekken te zien. Toch viel het me op dat meneer de laatste tijd niet altijd zijn prothese draagt. Hoewel hij de prothese niet altijd hoefde te dragen, wilde ik voorzichtig ontdekken of er iets aan de hand was. Misschien zat de prothese niet helemaal goed, of voelde hij spanning bij het dragen. Ik bracht het onderwerp een beetje tussen neus en lip door ter sprake.
Hij gaf toe dat hij inderdaad wat angstig was voor nieuwe drukplekken, maar dat dit hem niet belemmert de prothese te gebruiken. Later vertelde hij over zijn functionele been, waar hij al jaren last van heeft. Ik vroeg wat hij precies voelde. “Een beetje zeurend, soms stekend,” zei hij. ’s Nachts kan hij het dekbed nauwelijks over zijn been verdragen, waardoor hij het vaak buiten het bed laat liggen. Het leek alsof hij zijn gewicht vaker op de prothese legde om zijn pijnlijke been te ontlasten. Misschien was dit ook de reden dat hij terughoudend was bij het dragen van de stomp. Voorzichtig vroeg ik hem of dit klopte en hoe hij het zelf ervaarde. Waarop meneer heel direct mijn vermoeden bevestigde: ‘Precies wat je zegt.’”
Ik vroeg of ik zijn been mocht bekijken. Meneer stemde toe, maar er waren geen bijzonderheden te zien. Daarmee kreeg ik het idee dat de pijn niet van buitenaf kwam, maar van binnenuit. Volgens hem waren zijn vaten twee maanden geleden onderzocht en er waren geen afwijkingen of verstoppingen geconstateerd. Toen vroeg ik hem wat er verder nog aan gedaan was. Hij haalde zijn schouders op: ‘Ik heb alleen een vitaminepilletje gekregen hiervoor.’ Oké, dacht ik, maar dit is een probleem dat al jaren speelt. Het voelde voor mij meer als zenuwpijn. Iets wat je misschien niet volledig kunt oplossen, maar wel kunt verlichten.
We bespraken de mogelijkheden. Ik vertelde dat hij een middel bij de huisarts kon aanvragen om de pijn te verminderen. Meneer keek verbaasd: “Dus dat kan ik gewoon vragen?” vroeg hij. “Niet geschoten, altijd mis,” antwoordde ik. Het idee sprak hem aan en hij gaf aan dat hij maandag zou bellen.
Een aantal dagen erna kwam ik hem toevallig tegen. Hij liep de deur uit en keek verlegen. “Nee?” vroeg hij lachend, toen ik informeerde of hij had gebeld. “Nee, ik wil wel, maar vind het spannend. Hoe kan ik erom vragen als ik er nooit van heb gehoord?” Ik stelde voor dat ik voor hem contact zou opnemen met de huisarts. Meneer stemde enthousiast in.
De volgende dag kwam ik hem toevallig tegen, net toen hij de deur uitging. ‘He hallo,’ zei ik. We praatten kort en ik vroeg voorzichtig of hij al contact had opgenomen met de huisarts. Meneer moest lachen en keek een beetje verlegen. ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik wil wel, maar vind het spannend. Hoe kan ik erom vragen, ik heb er nooit van gehoord.’ Ik stelde voor om het contact met de huisarts voor hem te regelen. Meneer keek enthousiast en zei: ‘Oh, zou je dat willen doen?’ ‘Ja hoor,’ antwoordde ik. ‘Dan vraag ik het voor je.
Normaal zou ik dit samen met meneer regelen tijdens een zorgmoment, maar hij heeft maar één keer per week zorg (vlak voor het weekend). Dan zou er bijna een volle week overheen gaan voordat het geregeld was en dat vond ik zonde. Daarom besloot ik het initiatief zelf te nemen en contact met de huisarts op te nemen, zodat meneer niet langer hoefde te wachten.
Ik stuurde een mail naar de huisarts en kreeg de volgende dag bericht terug: het middel mocht worden geprobeerd en of wij als wijkverpleging het zouden konden monitoren of het effect had. Meneer liet weten dat hij het middel al had ontvangen en al had ingenomen.
Een week later kwam ik weer langs. Meneer was zichtbaar blij. “Het werkt echt,” zei hij. “Ik kan eindelijk weer met mijn been onder het dekbed liggen.” Hij vertelde ook verbaasd: “Ik moest het jaren met een vitaminepil doen, hoe kan dit?” Hij durft nu vaker zijn prothese aan te trekken en ervaart een betere nachtrust. Een duidelijke win situatie.
-
Opbouwen van vertrouwen en openheid
Vanaf het begin merkte ik dat meneer voorzichtig was in het bespreken van zijn klachten en onzekerheden over zijn prothese en pijn. Door op een rustige, luchtige manier het onderwerp aan te snijden en aandacht te hebben voor zijn ervaringen, ontstond er een veilige sfeer waarin hij open durfde te praten over zijn angst voor drukplekken en de pijn in zijn functionele been. -
Afstemmen van communicatie op cognitieve en emotionele behoeften
Ik merkte dat hij zijn klachten vaak wegwuifde of minimaliseerde. Door specifieke vragen te stellen en hem te laten omschrijven hoe de pijn voelde, kreeg ik inzicht in de aard van zijn pijn en de impact op zijn dagelijkse functioneren. Ik pas mijn communicatie aan op zijn tempo en gaf ruimte om zijn verhaal volledig te vertellen, waardoor hij zelf het gevoel kreeg gehoord en begrepen te worden. -
Ondersteunen van patiënt bij het nemen van stappen
Meneer wist niet dat hij om een medicijn tegen zenuwpijn kon vragen. Door hem te informeren over de mogelijkheden en hem te begeleiden in het contact met de huisarts, ondersteunde ik hem in het maken van een eigen keuze. Ik bood zelfs aan het contact voor hem te leggen, omdat hij dit spannend vond. Zo creëerde ik een situatie waarin hij zelf kon beslissen, met ondersteuning en duidelijkheid. -
Brugfunctie tussen patiënt en andere zorgverleners
Ik communiceerde met de huisarts over de voorgestelde behandeling en bewaakte het vervolg. Meneer kreeg duidelijke informatie over het gebruik van het medicijn en over de monitoring door de wijkverpleging. Dit zorgde voor continuïteit van zorg en zekerheid voor meneer dat hij in goede handen was. -
Bevorderen van zelfredzaamheid en welzijn
Door deze communicatieve aanpak durfde meneer weer zijn prothese te dragen en ervaart hij verbeterde nachtrust. Het luisteren, uitleggen en begeleiden heeft direct bijgedragen aan zijn kwaliteit van leven en zelfredzaamheid.