Bij deze zorgvrager speelt een combinatie van medische en psychische factoren die zijn zorgvraag complex maken. In het verleden heeft hij zowel een hartinfarct als een cerebrovasculair accident (CVA) doorgemaakt. Door het hartinfarct is blijvende schade aan de hartspier ontstaan, waardoor zijn lichamelijke belastbaarheid is afgenomen. Het CVA heeft daarnaast geleid tot cognitieve en neuropsychologische beperkingen, zoals een vertraagde informatieverwerking en een verminderd probleemoplossend vermogen. Zijn dochter vertelde mij dat hij sinds het CVA moeite heeft om gevolgen op de lange termijn te overzien.
Verder is hij bekend met een autismespectrumstoornis (ASS). Dat maakt plannen, organiseren en het verwerken van informatie voor hem extra uitdagend. In de praktijk merkte ik dat de combinatie van ASS en zijn CVA-gevolgen ervoor zorgt dat hij meer tijd nodig heeft om informatie te begrijpen en nieuwe instructies toe te passen. Zijn dochter gaf aan dat hij vooral baat heeft bij beeldende uitleg in plaats van alleen verbale informatie.
Tegelijkertijd speelt hartfalen een belangrijke rol op de voorgrond. Dit ziektebeeld vraagt vaak om gedragsverandering en het volgen van leefstijladviezen, iets wat voor veel cliënten al lastig is, en voor hem door zijn beperkingen nóg ingewikkelder. Uit de overdracht na revalidatie kreeg ik bovendien te lezen dat hij bestempeld werd als “zorgmijder” en weinig ondersteuning wilde accepteren, ondanks meerdere acute ziekenhuisopnames. Dit riep bij mij de vraag op wat er achter zijn terughoudendheid schuilging. Die vraag werd leidend in mijn begeleiding, omdat inzicht hierin essentieel is om veilige en passende zorg te kunnen bieden.
Bij het lezen van de richtlijn Zorgmijding (Kennisinstituut V&VN, z.d.) viel mij op dat er ook termen worden gebruikt zoals zorgzoekenden of zorgmissenden. Deze begrippen voelde voor mij minder stigmatiserend en beter passend, omdat ze recht doen aan de mogelijke achterliggende oorzaken van zorgvermijding. Voor mijn aanpak besloot ik daarom niet uit te gaan van het label, maar te kijken naar zijn persoonlijke situatie en betekenisgeving. Daarbij hanteerde ik de presentiebenadering en werkte ik vanuit de narratieven, om echt te kunnen begrijpen wat hem drijft en welke behoeften hij heeft.
Tijdens mijn eerste bezoek merkte ik direct een afstandelijke houding. Hij gaf korte antwoorden, maakte weinig oogcontact en het gesprek kwam moeilijk op gang. Ook viel zijn onverzorgde indruk op: hij had geen gebit, zijn nagels waren beschadigd en donker, zijn baard was ongelijk en ver uitgegroeid en op zijn kleding lagen resten van sigarettenas. Zijn thuissituatie oogde eveneens rommelig en niet hygiënisch. In de woonkamer trof ik bijna twintig baxterrollen met medicatie van verschillende tijdsperioden aan.
Het voelde alsof hij helemaal geen inmenging van zorg wilde. Een directe, probleemgerichte aanpak zou dan ook niet passen. Daarom liet ik mijn eigen agenda los en koos ik ervoor naast hem te gaan zitten, letterlijk en figuurlijk. Ik wilde hem eerst leren kennen. Door hem steeds opnieuw rustig te benaderen, zonder druk, begon het vertrouwen langzaam te groeien.
In de gesprekken die volgden vroeg ik hem naar zijn verleden en de gebeurtenissen die hem hebben gevormd. Door mij onder te dompelen in zijn leefwereld kreeg ik zicht op zijn gedrag en onderliggende behoeften. Dit hielp mij niet alleen om hem beter te begrijpen, maar ook om hem de ruimte te geven zelf na te denken over zijn situatie. Het vertellen van zijn verhaal hielp hem om gebeurtenissen te ordenen en betekenis te geven, wat mogelijk kan bijdragen aan verandering.
Naarmate het vertrouwen sterker werd, deelde meneer uiteindelijk zijn volledige levensverhaal. Daaruit bleek hoe onmachtig hij zich voelt in een wereld die voor hem steeds complexer is geworden. Hij vertelde dat eerdere hulpverleners volgens hem niet de juiste vragen stelden. Zijn geschiedenis met schulden had grote gevolgen gehad: hij was bezittingen kwijtgeraakt, relaties waren beschadigd en op sommige momenten zag hij geen uitweg meer. Zijn woorden droegen zichtbare sporen van verdriet en schaamte. Op een gegeven moment zei hij: “Mijn kapotte hart is de prijs die ik heb moeten betalen.” Die zin raakte me; het liet zien hoe zwaar zijn verleden nog steeds op hem drukt.
Tijdens de begeleiding merkte ik dat het ziektebeeld hartfalen voor hem veel te ingewikkeld is om te begrijpen. Hij gaf regelmatig aan dat hij het gevoel heeft dat iedereen van alles van hem verwacht, terwijl liefdevolle begeleiding ontbreekt. “Ik weet gewoon niet hoe ik het moet doen,” zei hij. Die uitspraak maakte voor mij duidelijk dat zijn terughoudendheid niet voortkomt uit onwil, maar uit overbelasting, verwarring en het ontbreken van houvast.
Wordt vervolgd
Reactie plaatsen
Reacties