Algehele achteruitgang

In december 2025 kregen wij op een doordeweekse dag een telefoontje van een meneer die op dat moment bij ons in zorgpauze stond. Voorheen ontving hij wondzorg van ons, maar deze zorg was afgerond omdat de wond genezen was. Meneer belde met de vraag waar wij bleven om hem te komen wassen. Dit kwam voor ons onverwacht: er was geen overdracht, geen mail of telefonisch contact geweest en ook in de rapportage stond hier niets over vermeld. Meneer gaf aan dat zijn huisarts vond dat er meer zorg nodig was en dat de huisarts contact met ons zou opnemen.

De volgende dag nam ik contact op met de huisarts om duidelijkheid te krijgen over de situatie en om te begrijpen wat er in de afgelopen weken was veranderd. De huisarts gaf aan dat er sprake was van een algehele achteruitgang van het Parkinsonziektebeeld. Daarnaast had meneer een blaasontsteking, was hij verward, at en dronk hij nauwelijks en nam hij zijn medicatie niet goed in.

Na overleg met mijn leidinggevende besloot ik, samen met een collega, bij meneer langs te gaan om de situatie te inventariseren en te kijken of en hoe wij de zorg weer konden opstarten. Mijn collega is recent gestart in de thuiszorg en heeft hiervoor in het verpleeghuis gewerkt; ik nam hem mee in onze werkwijze binnen de wijkverpleging.

Bij aankomst was een buurman aanwezig en kort daarna kwamen ook de broer en schoonzus van meneer, die uit Zeeuws-Vlaanderen waren gekomen. Ik trof een man aan die ik nauwelijks herkende: sterk vermagerd, bleek en zichtbaar geëmotioneerd.

Samen hebben we geïnventariseerd welke zorg nodig was. De buurman had gelukkig al een baxterrol geregeld, wat helpend was voor het structureren en aanreiken van de medicatie. Meneer gebruikt vier keer per dag Levodopa/carbidopa, wat dwingende tijden vraagt in onze planning. Daarnaast was hij gestart met een antibioticakuur voor de blaasontsteking.

Meneer raakte gedesoriënteerd in tijd en plaats, kon de weg in huis niet meer vinden, wist niet wat hij moest doen en raakte hierdoor in paniek. ’s Avonds en ’s nachts ging hij op zoek naar hulp, zette deuren open en liet deze ook openstaan. Dit was voor mij een belangrijk signaal om, al dan niet tijdelijk, nachtzorg in te schakelen. Omdat een blaasontsteking een acute achteruitgang kan veroorzaken bij Parkinson, wilde ik hier geen risico in nemen.

We besloten om ook ondersteuning te bieden bij de persoonlijke verzorging en eventuele transfers. De rollator was al aanwezig en werd door mijn collega op maat afgesteld. Ik heb via Medipoint een po-stoel in bruikleen laten bezorgen. Daarnaast zijn we gestart met het klaarmaken en aanreiken van eten en drinken. Bij navraag bleek dat meneer niet aan één liter vocht per dag kwam, wat voor mij een belangrijk signaal was voor (dreigende) dehydratie. Daarom hebben we structureel drinken ingepland en dit zorgvuldig geregistreerd. Voor de veiligheid in de nacht hebben we Attenza ingeschakeld en gezorgd dat wij beschikten over de juiste sleutels om de zorgverlening goed te kunnen uitvoeren.

Om de continuïteit van zorg te waarborgen, heb ik gezorgd voor een duidelijke en volledige overdracht naar mijn collega’s. Ik heb de aandachtspunten concreet en overzichtelijk vastgelegd in het zorgplan, zodat voor iedereen helder was wat er nodig was en waarom. Hierdoor kon de zorg direct en op de juiste manier worden uitgevoerd, zonder onduidelijkheden of vertraging.

Wat deze situatie voor mij uitdagend maakte, was de onzekerheid: je weet van tevoren niet of en hoe een situatie kan escaleren. Dat maakte dat ik het zo sluitend mogelijk wilde organiseren en de veiligheid voorop stelde. Voor mij betekende dit dat er nachtzorg paraat moest zijn en dat wij overdag maximale zorg inzetten.

Wat mij opviel aan mijzelf, was hoe vanzelfsprekend het voelde om regie te nemen en alles rondom de zorg te organiseren, samen met collega’s. Ik merkte dat ik op een collegiale en respectvolle manier kon delegeren en schakelen. Ondanks de onvoorspelbaarheid van de situatie voelde ik mij zeker in mijn handelen. Dat gaf mij een gevoel van trots. Het enige moment van twijfel zat in de vraag of Attenza diezelfde dag direct inzetbaar zou zijn voor de nachtzorg.

Deze ervaring is voor mij een concreet voorbeeld van hoe ik als aankomend wijkverpleegkundige te werk wil en zal gaan. Het laat zien hoe belangrijk het is om in onvoorziene situaties snel te kunnen anticiperen, samen te werken met collega’s, huisarts en familie, en de regie te nemen om optimale zorg en continuïteit van zorg te waarborgen.

Wat mij het meest is bijgebleven, is de gezichtsuitdrukking van meneer bij binnenkomst en hoe deze veranderde toen ik wegging. Bij binnenkomst zag ik vooral onrust en emotie; bij het weggaan zag ik opluchting en rust. Dit moment maakte mij duidelijk hoe belangrijk het voor hem was dat hij zich gezien en gehoord voelde en dat er daadwerkelijk hulp werd ingezet.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.